|
Interview
met Tom over AWTWB Wie het nog niet mocht weten : dEUS-frontman Tom Barman heeft een film geregisseerd. En niet zomaar een film, dé film die de Vlaamse filmbizz moet wakkerschudden. Opdracht geslaagd, wat ons betreft, maar daar houdt zijn ambitie niet op. Barman is sedert februari eveneens actief als DJ in het bruisende Brusselse uitgaansleven. Hét moment voor een al even bruisende babbel.
Hoe komt 'rockster' Tom Barman erbij om 'cineast' Tom Barman te worden ? Tom Barman: 'Heel simpel. Zelden herken ik mezelf of mijn leefwereld in Vlaamse films. Het frustreert mij dat ik daarvoor naar Spaanse, Franse of obscure Amerikaanse en Deense films moet grijpen. Pas op, er zijn fantastisch schone Vlaamse films gemaakt, hé. Ik denk aan Crazy Love van Dominique Deruddere, Brussels by Night van Marc Didden of La Vie Sexuelle des Belges van Jan Bucquoy, niet toevallig werk van 3 notoire -ingeweken- Brusselaars. Een grote boodschap héb ik niet. Ik vertel hier niet 'het verhaal' van mensen. Ik vertel 'een verhaal' van 'een paar' mensen. Anyway the wind blows is een film die swingt, rockt, stottert, heen en weer waait, schaamteloos anticlimactisch is, niets uitlegt, veel weglaat en op een bepaald moment gewoon stopt. Ook qua vorm wil ik een tegenwind bieden voor voorspelbare, iedereen behagende films. Niet omdat ik tégen commercie ben, een goeie film is immers een goeie film, maar omdat cinéma voor mij iets persoonlijker kan zijn dan een verfilmd verhaaltje. Film kan een levensbeschouwing reflecteren of een specifieke sfeer of een intense malaise. En er moet ook plaats zijn voor dromen en fantasie. Mijn film ligt in het verlengde van wat ik met mijn muziek wil overbrengen. Songs schrijven en filmkes draaien komen vanuit dezelfde plaats: mijne buik, mijne kop en mijn hart. Ik wil ontroeren, iets simpel brengen dal herkenbaar is en kloten heeft !' Welke films en regisseurs dienden als inspiratie voor Anyway the wind blows ? 'Spetters van Paul Verhoeven ! Ik besef, het is een politiek foute keuze, maar te wijten aan jeugdsentiment. Voor de dialogen baseerde ik mij op Pedro Almodovar en Woody Allen. De Robert Altman van Nashville en Short Cuts voor het ensemblespel en Japanner Takeshi Kitano voor de visuele humor. De jazzy look hebben we uit Let's gel lost van modefotograaf Bruce Weber over Chet Baker. En om de stad Antwerpen voor te stellen als volwaardig personage greep ik eveneens naar Almodovar en Allen om te bestuderen hoe zij hun thuissteden Madrid en Manhattan visualiseren.' TOM IN DE SOEP Over steden gesproken. Zou je de film bijvoorbeeld ook in Brussel gedraaid kunnen hebben ? 'Waarom niet ? Of in Parijs of in Londen. Ik heb gewoon gekozen om dicht bij huis te filmen omdat het mijn debuut is. En alle begin is moeilijk. Op sommige momenten filmden we op letterlijk 20 meter van mijn voordeur. Gezellig. We gooiden wat Brusselaars en Gentenaars in de soep en gingen samen aan de slag. Het feit dat een Antwerpenaar en een Brusselaar elkaar niet zouden begrijpen wegens hun verschillende dialecten is toch absurd ? Diverse dialecten en meertaligheid interesseren mij enorm. Het geeft diepgang aan een conversatie. Het Engels en het Frans in de film gebruik ik dus niet om eventueel in het buitenland te scoren. Ik ben zélf tweetalig opgevoed, zéér tegen mijn zin toen, en vind dat plezant om mee te spelen. Als ge in Antwerpen of Brussel woont, gebeurt het toch effectief dat ge met anderstaligen een klapke doet ? Belgen zijn daar trouwens straf in. Laatst zat ik in een taxi en mijn medepassagier vraagt in het Duits de weg. Alsof we in fucking Berlijn zitten ! En die chauffeur antwoordt toch wel terug in het Duits zeker ? Verdoeme, dacht ik, only in Belgium !' Zijn de personages in de film mensen die je zélf kent, figuren uit je eigen vrienden- en kennissenkring ? 'Elk personage is een fusie van op z'n minst 3 à 4 figuren. Een stukske van mij, van mijn zus, van mijne beste vriend, van ne gast die ik niet kan uitstaan. Ik ben over de jaren op veel plaatsen geweest en heb veel mensen ontmoet. Ik kom immers graag buiten, ga graag op café, ga graag dansen, wandel graag door steden. Al die indrukken kruipen onbewust in uw scenario. Ik wou een groepsportret creëren van mensen waarmee ik mij kon identificeren. En hopelijk de kijker met mij. Mensen die een leven proberen op te bouwen, die proberen iets anders te doen dan van 9 tot 5 werken, die hun zinnen niet afmaken en in het dialect praten. Ik stoor mij aan bordkartonnen filmpersonages of fake toestanden. Ik wou geen poppenkast, geen samenraapsel van bekende koppen.' Valt de discipline van een filmregisseur die elke dag klokvast op de set moet verschijnen te rijmen met het losbolleven van een rockmuzikant ?
TOM IN DE SNOEPWINKEL Je hebt de soundtrack zélf geschreven en samengesteld. Is het als muzikant moeilijker of makkelijker om een score bij mekaar te sprokkelen ? 'De verleiding was groot om de film té vol te steken en er een musical van te maken. Je moet het juiste evenwicht vinden en de muziek functioneel of ritmisch gebruiken. Nooit gratuit. Uiteindelijk zitten er 31 songs in de afgewerkte film, weliswaar niet allemaal volledig. Tijdens de montage bracht ik gewoon mijn platencollectie mee naar de studio zonder te weten of ik überhaupt de rechten kon betalen. Vanaf het moment dat we een paar grote en betaalbare vissen te pakken hadden - genre Charles Mingus, Queens of The Stone Age en Herbie Hancock - was het hek van de dam. Ik voelde mij als een kind in de snoepwinkel.' Naast het filmwerk blijf je voeling houden met muziek. Je draait bijvoorbeeld één keer per maand plaatjes in de Brusselse Anthanor. Wat moeten we ons daarbij voorstellen ? 'Goh, dat DJ-zijn is iets dat ik niet geweldig serieus neem, maar ik amuseer mij daar wel mee. De momenten dat we met dEUS stilliggen, moet ik ook mijne kost verdienen. In het begin heb ik bakken kritiek over mij heen gekregen... en terecht. Ik kon er echt geen kloten van ! Ik ben met dat gedeejay begonnen omdat ik de podiumkick miste tijdens het regisseren van de film. AI moet ik zeggen dat ik in het begin serieus met de bibber achter die draaitafel stond. Het was vooral op technisch vlak wat zoeken. Het mixen gaat nu al vlotter, maar ik ben zeker geen expert. Ik vind het nog steeds belangrijker dat de liedjes die je draait goed zijn. Wat ben je met een prachtige mix als je 2 rotnummers aan mekaar kleeft ? Ik draai een beetje vanalles door elkaar. Gaande van elektro, techno, breakbeat en af en toe smijt ik er eens een klassieker tussen.' Hoe ben je bij Studio Athanor terechtgekomen ? 'Op vraag van de boekingagent. En Athanor is een neig clubke, stilaan begint het daar ook te bewegen. Eén vrijdag per maand ben ik er resident DJ, net zoals in de Culture Club in Gent. En af en toe doe ik eens een deejayset in Amsterdam of Rotterdam. Maar ik probeer dot toch allemaal een beetje low profile te houden. Het is niet de bedoeling om een deejaycarrière uit te bouwen.'
Op 30 mei geef je een exclusieve set in Studio Athanor ? 'Ja, samen met CJ Bolland, toch één van de pioniers van de techno. Met hem heb ik ook enkele nummers voor de soundtrack van Anyway The Wind Blows geschreven onder de naam Magnus. Er zijn 2 zalen in Studio Athanor. Wij gaan de meer housy en elektro toestanden draaien, terwijl Igor en Jo, ook 2 keigoeie deejays, eerder techno en hardere dingen zullen spelen in de andere zaal. CJ is intussen een goede vriend van mij geworden. Ikzelf heb pas de laatste jaren de elektro ontdekt en kan je verzekeren : daar zitten enkele grave plaatjes tussen.' Mogen we daaruit concluderen dat je die invloeden ook bij dEUS gaat uitproberen ? 'Neenee. In september duiken we met z'n allen weer de studio in voor een nieuwe vettige, vieze rockplaat. Elektro zal je er dus niet op terugvinden. Ik wil afstappen van 2000 verschillende muziekstijlen op één plaat. Mijn DJ-invloeden kan ik kwijt bij Magnus en als ik het iets rustiger wil, breng ik wel een akoestische CD uit. Optimistisch gezien, zou de nieuwe plaat vanaf april 2004 in de winkelrekken moeten liggen. En om helemaal optimistisch te blijven, wil ik in 2005 uitpakken met een volgende film. In de allereerste plaats hoop ik dat Anyway The Wind Blows volk in de zalen lokt, want het is triestig gesteld met de Belgische cinema. Slechts 30.000 toeschouwers voor Le Fils van de broers Dardenne ? Maar dat is een meesterwerk ! Ik heb zowel subsidies van de Vlaamse als de Waalse Gemeenschap gekregen, dus ik hoop dot we dàt op z'n minst kunnen terugbetalen. So I don't owe anybody anything...' -------------------------------------------- Best of BXL Favoriete café : De Central aan de Gorikshalle Rudy de Coninck & Matthias Stockmans
|